Ton en ik zijn nog maar net vijftig en rentenieren. Mijn tienerdochter van 17 krijgt een kind. Wij hebben een leuke bankrekening, maar als we een winkel inlopen heeft niemand dat in de gaten. We zien er niet uit als mensen in bonus en staan ons er ook niet op voor. We zijn opa en oma, maar Ton draagt nog steeds zijn rock t-shirts en ik trek er nog altijd op uit met vriendinnen. We horen bij de doelgroep voor de vijftig plusbeurs, maar alleen het idee al griezelt ons tegemoet. Lex is nog maar 13 en Ton staat elke veertien dagen op het voetbalveld. Hij is nog niet toe aan het doorbladeren van aanbiedingsfolders over instapbaden…
Als mensen aan ons vragen wat we doen, kijken we elkaar altijd aan. Hoe te antwoorden en tegen wie zeg je wat? Als we vertellen dat we net opa en oma geworden te zijn, krijgen we allerlei opmerkingen als: “wel de lusten, maar niet de lasten”. Ook niet echt op ons van toepassing. Sophie is een schat van een kind, maar wij zijn wel medeopvoeder en zorgen voor haar als Lisa volgende week weer verder gaat met haar opleiding. Lisa is een tienermoeder, maar niet eentje die ergens op een flatje 4 hoog achter in haar eentje voor haar kindje moet zorgen. Elke keer wordt er weer aan gevraagd of ze niet in een praatgroep wil, of wellicht extra begeleiding nodig heeft. Zo worden we steeds in hokjes geduwd, waar we gewoon onszelf willen zijn. Nee, we vervelen ons niet en ja, we voelen ons nog steeds deel van het grotere geheel. Ton is abonnee geworden van het AD, ik van de Volkskrant en zo beginnen we elke dag met een krant en een kop koffie. We hebben ieder onze eigen invalshoeken en opvattingen, maar kunnen het nog steeds goed met elkaar vinden. We zijn er inmiddels aan gewend om onze tijd zelf te kunnen indelen. Valkuil is wel dat ons tempo lager wordt en het gevaar om dingen uit te stellen ligt op de loer. Zo ben ik nog steeds niet weer begonnen met het boek wat ik al lang af wilde hebben. Mijn kantoor is prachtig en dat kan het excuus niet zijn. Ik verzin van alles waardoor ik vandaag niet kan beginnen en het er niet de juiste dag voor is. Ik heb mijn kinderen opgevoed met: “doen wat je moet doen” en dat moet ik dan nu maar eens in de praktijk gaan brengen……
De herfst dient zich al weer aan en dan overvalt me altijd een zekere melancholie. Elke morgen als Sophie met een stralende lach wakker wordt, lijkt de dag voor haar weer nieuw. Voor mij is er ook een zeker weten dat die dag nooit meer terug komt en heb ik een gevoel van spijt dat ik de uren beter had moeten besteden. Is dat toch de erfenis van “ledigheid is des duivels oorkussen ?” Dan toch maar liever het motto: “elke morgenstond heeft goud in de mond!”
“Wie niet werkt zal niet eten”, geldt ook al niet voor ons. Voor deze familie moeten aparte hokjes gebouwd gaan worden en dan nog passen we er niet in…..