‘Wat zegt u?’ Terwijl ik mijn dreinende peuter in bedwang hou, kijk ik de vrouw die achter mij bij de kassa staat vragend aan. Mevrouw zegt luid dat zij het niet normaal vindt dat ik mijn kind eerst iets geef om het vervolgens af te pakken. En dat het zo zielig is voor hem en dat hij nu door mij zo’n verdriet heeft. Terwijl ze me haar mening ongezouten staat te geven lijkt het alsof ik alleen met haar in de winkel sta, ik merk niet eens dat iedereen stil is geworden en naar ons staat te kijken, wel voel ik de stoom uit mijn oren komen.
Mathijs is net geslaagd voor B-diploma en mag een cadeautje uitzoeken. Kleine Dirk is ook mee en hoe lastig ook, we zijn hier voor Mathijs dus deze keer niets voor hem. Zijn grote broer koopt van eigen centjes een lolly en zegt dat hij deze met Mathijs moet delen. Dit weigert de kleine man en zet zijn alarm aan. Ik waarschuw dat hij op moet houden anders gaat de lolly terug. Hij stopt niet, dus de oudste legt op mijn verzoek de lolly terug. Op dit moment voelt mevrouw achter mij zich dus geroepen om zich te laten horen.
‘Heeft u kinderen mevrouw?’, vraag ik haar nog redelijk vriendelijk. Nee, die heeft ze gelukkig niet is haar antwoord. En nu ga ik los! ‘U moet zich schamen om u te bemoeien met andermans opvoeding!! Niets zo makkelijk als het opvoeden van andermans kinderen’. De mevrouw kijkt snel om zich heen of ze steun kan vinden. Op dat moment besef ik me ook dat er heel veel mensen staan te kijken. Helaas voor haar, de steun die ze zoekt vindt ze niet en met een mega rood hoofd houdt ze zich snel stil.
Ik ga ervan uit dat iedere ouder vanuit zijn of haar hart opvoedt. Niemand leert zijn kinderen vloeken, stelen of anderen pijn doen. We doen allemaal ons best. We krijgen ook allemaal te maken met een dreinend kind in de winkel. Het is niet helpend als anderen zich daar mee gaan bemoeien. Moeders onder elkaar horen elkaar te steunen en niet via de ander je eigen opvoeding beter te laten lijken. Kijk, en leer van elkaar.
Thuis gekomen gaan we lekker wat drinken met een dikke koek om Mathijs zijn succes te vieren. We zijn megatrots dat hij, ondanks het feit dat hij al een hele week ziek is, zijn zwemdiploma heeft gehaald. Ineens voel ik twee armen om me heen. Pieter geeft me een dikke kus en zegt dat hij trots op me is omdat ik die mevrouw in de winkel haar vet heb gegeven, maar ‘had je haar niet ff willen hoeken?’ ‘Nee lieverd, daar los je niets mee op, ze heeft nu hopelijk geleerd dat ze haar mening soms beter voor zichzelf kan houden’.