Zoon Jos stuurt me een mail naar aanleiding van een blog van een paar weken geleden. Ik schrijf daar over de recente New York trip van Ton, samen met broer Frans. Ik doe Frans tekort omdat ik zeg dat hij kapitein is bij het Leger, maar volgens Jos is hij kapitein bij de Marine, waar Frans onderdeel van uitmaakt, veel hoger en zeer bijzonder. Bij deze!
Mijn wortels liggen in de Legerplaats ’t Harde en daar woonden uiteraard veel beroepsmilitairen. Ik werkte destijds op de afdeling sociale zaken. Als iemand wilde procederen en een gratis advocaat wenste, moest hij via ons loket. Dan moest iemand met ‘de billen bloot’ als het om geldzaken ging. De arrogantie van de officieren zal ik niet snel vergeten… Ze wilden een andere woning als ze voor de zoveelste keer gingen scheiden. Ze beten me toe dat ze uiteraard niet in een huis konden wonen met mensen lager in rang als ik opperde dat er toch vele panden stonden die aan het Leger toebehoorden. Van klasgenootjes hoorde ik verhalen over officiersbals waar je een jurk maar 1 keer kon en mocht dragen en hoe hun gezin naar de buitenwereld toe de stand ophield, maar er in werkelijkheid geen geld was. Je rang verplichtte je nu eenmaal tot een bepaalde status. Ik denk dat toen mijn pacifistische instelling is geboren. Ik was daar behoorlijk stellig in. Een Leger zou er niet moeten zijn en het idealisme van een tiener bracht me er toe die stelling ter vuur, maar uiteraard niet ter zwaard, te verdedigen.
Als ik in 1989 voor het eerst in Israel kom en daar mijn huidige vrienden ontmoet, wordt mijn standpunt aan het wankelen gebracht. Als zij geen Leger zouden hebben, waren ze al lang de zee in gedreven… De praktijk is vaak weerbarstiger dan de ideeën van een zwart wit denkende puber!
Nog steeds ben ik wars van rangen en standen en opgeblazen mensen die zich voorstaan op status. Mijn vader heeft me al jong bijgebracht dat je vakbondslid behoort te zijn, als dank voor de arbeidsvoorwaarden die zij voor je bedingen. Zelfs nu ik niet meer werk, ben ik mijn vakbond trouw gebleven en pa zou trots op me zijn geweest. Nog een andere bodem onder mijn leven is die van een sterke solidariteitsgedachte. Gelet op onze huidige bankrekening zou ik wellicht VVD moeten stemmen, maar dat nooit! Opkomen voor de zwakkeren in de samenleving is altijd mijn insteek geweest en juist daarom ook ben ik maatschappelijk werker geworden. Dat gevoel is zo sterk dat ik me rot ben geschrokken van de bezuinigingsplannen in met name de zorg. Ik ben nooit een ‘geitenwollensokken’ hulpverlener geweest en aanspreken op eigen verantwoordelijkheid moet, maar een vangnet voor mensen die niet kunnen meekomen in de ‘survival of the fittest’ zou moeten blijven.
Als ik nu mijn kinderen met een grote stelligheid dingen hoor beweren, kan ik een glimlach nauwelijks onderdrukken. Zo herkenbaar! Ik hoop van harte dat ze hun jeugdig idealisme behouden. Het leven is niet maakbaar, maar met elkaar kunnen we het wel mooier en aangenamer maken!
Om nog even terug te komen op mijn zwager, hij is een prettige man, houdt niet van poespas, evenals zijn vrouw… Zelfs een beroeps kan dus een aardig mens zijn!