BN'ers

INTERVIEW Marianne Vos: 'fietsen is meer dan alleen mijn werk'

Marianne Vos pakt regelmatig het vliegtuig en af en toe de auto. Maar de meeste kilometers maakt ze op de fiets. Dat is haar beroep namelijk. Hoeveel fietsen heeft de meervoudig olympisch en wereldkampioen eigenlijk? ‘Volgens mij zijn het dertien, even tellen hoor.’

Hoeveel kilometers fiets jij per jaar?

“Ik denk zo’n 20.000 kilometer. Soms een paar kilometer naar de brievenbus of de bakker, maar de meeste maak ik voor mijn werk. En dat is toevallig fietsen, voornamelijk op de racefiets.

Pak je privé ook weleens de auto voor korte stukjes?

“Nou, ik woon midden in de polder, dus als ik ergens naartoe moet, is het altijd wel een eindje. Maar ik probeer waar mogelijk wel te fietsen. Het is sowieso lekker om buiten te zijn. Heel af en toe pak ik de auto, als ik net getraind heb bijvoorbeeld.

Heb je favoriete fietsgebieden?

“Ik kom op de mooiste plekken over de hele wereld, races gaan nu eenmaal vaak door de prachtigste natuurgebieden. Maar ook hier in Nederland heb je bijzondere fietsgebieden. Ik woon in Brabant en als ik hier vanuit de polder iets zuidelijker ga, kom je in de Loonse en Drunense Duinen, wat heel mooi is. En dan hebben we nog de Posbank bij Arnhem, de Holterberg in Salland, de Limburgse heuvels, de Utrechtse Heuvelrug, de Drentse heide... Iedereen denkt altijd: Nederland is saai en vlak, maar er is zo veel diversiteit. Ik kom zelf uit een vlak gebied, dus ik vind het dan heel leuk om de heuveltjes van de Posbank op te zoeken. Het is er zo rustig... Een stukje buitenland vlak om de hoek.”

Fiets je ook op vakantie?

“Ook dan gaat de fiets vaak mee, of het moet echt in een rustperiode zijn. En zelfs dan is er altijd wel een dag dat ik een fiets huur om de omgeving te verkennen. Want daar is de fiets het meest geschikte vervoersmiddel voor. Je hebt een behoorlijke reikwijdte ten opzichte van lopen, en met de auto beleef je de omgeving veel minder intens. Fietsen is dus niet alleen mijn werk, ik vind het ook echt heerlijk om te doen.”

Hoeveel fietsen heb je?

“Best wel veel. Ze staan gelukkig niet allemaal bij mezelf in de garage, een aantal is bij de ploeg in onderhoud. Ik heb trainingsfietsen en wedstrijdfietsen, voor verschillende disciplines. Volgens mij zijn het er dertien, even tellen hoor. Ik heb vier wegfietsen, dat gaat al hard. Dan drie crossfietsen, een tijdritfiets en een baanfiets. Negen. En verder nog een mountainbike, een oldtimer racefiets, en twee gewone fietsen. Ja, zie je wel, dertien!”

Op welke zit je het liefst?

“Dat ligt er een beetje aan wat ik aan het doen ben. Ik zit het meest op mijn trainingsracefiets, maar ik vind het ook heerlijk om naar een afspraak te gaan of een bakje te doen in de stad op mijn citybike. Dan zit je iets meer rechtop en is het echt een ontspannen uitje. Op de racefiets voelt het toch vaak meer als; je moet wel trainen!”

Doe je zelf het onderhoud aan je fietsen en je auto, of krijg je daar hulp bij?

“Klein onderhoud en schoonmaken doe ik zelf en daar ben ik erg secuur in. Groot onderhoud waag ik me niet aan. Ik doe geen dingen waar ik geen verstand van heb. Voor de auto heb ik een vaste garage en de fietsen gaan naar mijn ploeg, WM3.”

Hoe zou jij jongeren willen motiveren vaker de fiets te pakken?

“Ik hoor altijd van mensen die fietsen in eerste instantie niets vonden, dat ze zich langzaam gingen beseffen hoe fijn het is om buiten bezig te zijn en de wind door je haren te voelen. In de auto heb je altijd stress en lopen schiet niet op. Daarbij is de fiets natuurlijk hartstikke groen: goed voor het milieu, je gezondheid en je portemonnee. Voor korte afstanden is er geen beter vervoersmiddel. En tegen alle mensen die zich telkens weer met moeite naar de sportschool slepen, zou ik willen zeggen: koop een racefiets. Je kunt gewoon vanuit huis vertrekken, en je doet het wanneer je maar wilt en met wie je maar wilt. Alleen of met een groep. Je hoeft niet hard, je mag hard. Je kunt je eigen tempo en je eigen richting bepalen. Probeer het gewoon eens.”

Wat vind je van de opkomst van de e-bike?

“Je merkt inderdaad dat het steeds populairder wordt. Eerst was het vooral voor gepensioneerden, maar je merkt nu dat ook jonge mensen vaker e-bikes kopen. Mijn vader heeft er eentje, maar mijn beste vriendin ook. Ze worden ook alsmaar beter en veiliger, denk ik. Jongeren kunnen ook prima fietsen zonder ondersteuning, maar voor lange afstanden naar school of als alternatief voor het openbaar vervoer is het heel mooi. En als mensen de e-bike naar hun werk pakken, scheelt dat weer files. Voor ouderen vind ik het ook een heel mooi vervoermiddel: zo blijven ze lekker mobiel en hoeven ze de fiets niet aan de kant te zetten vanwege fysieke beperkingen. Voor mij als racefietser zijn e-bikers trouwens soms best frustrerend. Fiets ik met wind tegen en heb ik serieus moeite om iemand op een stadsfiets in te halen, blijkt het een fiets met ondersteuning te zijn. En ik maar denken dat ik een hele slechte dag had!”

Zie je jezelf ooit op een e-bike fietsen?

“Nu nog niet echt hoor, ik vind het heerlijk om puur mijn eigen spieren te gebruiken op de fiets. Maar later...Waarom niet?”

Topconditie
Goed onderhoud van je fiets verlengt de levensduur, zorgt ervoor dat je soepel blijft rijden en voorkomt grote mankementen. Breng je fiets of e-bike in elk geval één keer per jaar weg voor onderhoud. Kies je voor een BOVAG-fietsbedrijf, dan kun je rekenen op drie maanden BOVAG Garantie op reparaties en onderhoud. Tussen de grote onderhoudsbeurten door kun je ook zelf je fiets in topconditie houden:
• Maak je fiets regelmatig schoon, ook de remblokjes.
• Smeer regelmatig de ketting.
• Controleer de bandenspanning. Hoe hoger de spanning, des te minder weerstand.
• Je fiets gaat langer mee als je hem binnen stalt.

Kijk voor meer informatie over kopen, onderhoud, reparatie en schadeherstel van fietsen en e-bikes op www.bovag.nl


Gewoon het leukste blad van Nederland