Zorgen om Martijn
Martijn Krabbé maakte vorig jaar bekend dat hij uitgezaaide longkanker heeft. In interviews komt hij opvallend nuchter over, maar zijn broer Jakob Krabbé maakt zich zorgen. In gesprek met Weekend zegt hij: ‘Ja, hij gaat maar door. Hij geeft niet op. Voor hem is die ziekte er eigenlijk gewoon niet. Voor de omgeving is dat heel prettig – die sleept hij er daarmee eigenlijk doorheen. Maar goed, dan maak ik me weleens zorgen over hém.’ Martijn laat weinig van zijn eigen emoties zien. ‘Ik denk dan: ja, maar jij moet er wel mee omgaan. Het is heel fijn dat je er voor iedereen bent, maar laat ons er ook voor jóú zijn. Nou, eigenlijk niet nee. Want dat is niet zijn stijl,’ vertelt Jakob. ‘Aan de andere kant is het ook wel heel bijzonder. Het is alleen niet hoe ík ermee om zou gaan.’
Een diepe band
De ziekte maakt de familieband intenser dan ooit. ‘Zijn ziekte maakt het veel intenser allemaal en het contact is daardoor natuurlijk ook veel intensiever.’ Martijn blijft ondertussen opvallend positief. ‘Zoiets heb ik nog nooit gezien. Dat is voor de omgeving heel fijn, maar het blijft natuurlijk wel vreselijk.’ Jakob is er voor hem. ‘Hopen dat het nog even duurt, dat we nog wat tijd hebben. Het is natuurlijk mijn grote broer, dat is een band voor altijd.’ Met vijftien jaar leeftijdsverschil was Martijn altijd een voorbeeld: ‘Hij is eigenlijk een soort tweede vader voor me geweest.’ De situatie is zwaar, maar Jakob blijft sterk. ‘Je moet wel, hè. Maar we gaan zéker nog voor een lange tijd samen. Pakken wat je pakken kan, toch?’