Natas_googelen
Delen

Natas: ‘Boos googelen; we doen het inderdaad vaker’

Natasja (54) woont met haar man Julian (58), dochters Mila (19) en Shanna (16) en hond Ruby onder de rook van Amsterdam. Wekelijks schrijft zij over wat er speelt op werk, thuis, onder collega’s vrienden, familie en vage kennissen. Deze week lijkt echt iedereen binnen het gezin een beetje van slag te zijn.

Zo’n avond dat je samen aan tafel zit. Shanna in de stress want midden in haar tentamens. Xander die op krukken de hut binnenstrompelt omdat hij tijdens het sporten een spier in zijn bovenbeen gescheurd heeft. Mila die steeds moet niezen omdat de hechtingen in haar neus kriebelen en Julian en ik die het al een tijdje vrijwel nergens meer over eens zijn. Mila begint een gesprek over kleuren, basiskleuren en hoe dit zich vertaalt naar haarverf. Hoe de nummering van die kleuren werkt, maar dat er ook merken zijn die niet met nummers werken en hun haarverf een naam geven. ‘Zo kan diepzwart bijvoorbeeld…’, ‘mama heten’ vult Shanna aan. Ze heeft gelijk, ik ben op het moment geen giebelegeintje, maar hier kan ik om glimlachen. 

Boos googelen

Het volgende gesprek gaat over het economietentamen van Shanna de volgende dag. Er volgt een discussie over lijnen en driehoeken en Mila en Julian staan zoals wel vaker, lijnrecht tegenover elkaar. Ik hou me er wijselijk buiten, wat uitsluitend te maken heeft met het feit dat ik werkelijk geen idee heb waar ze het over hebben. Als het uit de hand dreigt te lopen, pak ik mijn telefoon om het op te zoeken. Julian doet hetzelfde. ‘Kijk’ zegt Mila tegen Xander ‘gaan ze weer boos googelen’. Boos googelen – we doen het inderdaad vaker – vroeger kreeg je in plaats daarvan ruzie. Nu zwaai je triomfantelijk je telefoon voor iemand zijn neus als je gelijk hebt. Of probeer je hem bij ongelijk ongemerkt weg te leggen. Wat soms lukt als je tegenstander in kennelijk staat is.

Mijn hond bijt niet!

Op zondagochtend kijk ik de documentaire van Caroline Tensen over de overgang, waarin het niet zozeer gaat over de lichamelijke ongemakken, maar over het feit dat zij in die periode zonder enige reden intens verdrietig en depressief werd. Hoe zij veranderde in iemand die ze niet wilde zijn. Het is een mooi eerlijk verhaal, herkenbaar ook, maar ik knap er niet van op. Dan maar wandelen met Ruby. De zon schijnt en het lijkt me zowaar goed te doen. Totdat Ruby bedenkt dat hij – op zijn terriërs – een labradoedel moet gaan zieken, en zijn baasje schreeuwt dat ik mijn bijtende hond moet aanlijnen. Maar als Ruby – in zijn optiek – heerlijk met een labradoedel aan het ravotten is, laat hij zich niet zo makkelijk vangen. Ik zeg tegen de man dat hij niet bijt, hij zegt van wel ‘dat zie je toch!?’ Ik vertel hem dat mijn hond weliswaar verschrikkelijk irritant is en een hoop herrie maakt – net als hij nu – maar dat hij niet bijt. Hij houdt vol van wel. Ik vraag hem of hij mij de wonden wil laten zien, dan kunnen wij telefoonnummers uitwisselen, kan hij aangifte doen en kunnen wij de operatiekosten betalen. Hij loopt door, staart tussen de benen. Loeikwaad ben ik. Zal de overgang wel wezen…

Natas van vorige keer gemist? Je leest het hier!

Delen