Natas: 'Veel gepraat over niks, sommige dingen veranderen nooit'

Natas: ‘Veel gepraat over niks, sommige dingen veranderen nooit’

Natasja (54) woont met haar man Julian (58), dochters Mila (19) en Shanna (16) en hond Ruby onder de rook van Amsterdam. Wekelijks schrijft zij over wat er speelt op werk, thuis, onder collega’s vrienden, familie en vage kennissen. Deze week gaat zij met haar zus het bos in voor een goed gesprek.

De avond met Terrie en Karel verloopt rustig. Mila en Shanna lopen in en uit in een combinatie van sporten en leren, en maken dat – zoals iedere avond – samen eten eigenlijk nooit meer lukt. Aan het eind van de avond zitten we toch met zijn allen aan tafel en aan de wijn. Veel gepraat over niks, sommige dingen veranderen nooit. De volgende dag word ik wakker gemaaid door een gek van de gemeente die om 7 uur besluit een stukje groen te trimmen. Het lijkt alsof hij in mijn slaapkamer staat. Katterig bereid ik me voor op een zware dag. Mijn zus – die in Italië is gaan wonen – wil meer contact en heeft bedacht dat we samen iets moeten doen. Als Terrie de keuken binnenkomt, zie ik dat ze er minstens zo slecht aan toe is als ik. Of zou dat komen omdat ze vijf jaar ouder is? Hoe dan ook een prima basis om de band te versterken.

Rondje roots

Ook omdat ze het briljante idee heeft om dit te doen in het dorp waar wij samen opgroeiden. We logeren bij Poppy, een vriendin van Terrie die in dezelfde flat woont als waar mijn moeder woonde. We rijden langs mijn geboortehuis, maken een rondje om het huis waar wij opgroeiden, stoppen bij het huis waar ik van mijn 19de tot mijn 25ste op mezelf woonde en sluiten af op de begraafplaats waar mijn vader twintig jaar lag voordat wij hem terug naar Italië brachten. Zware kost.

Zijn wij ook zo oud?

In de dorpsstraat gaan we op zoek naar verlichting in de vorm van een vette bek. Het wordt kibbeling wat we op de stoep in het najaarszonnetje opeten. We kijken verbaasd naar de mensen die langslopen. Het lijkt of iedereen hier iets mankeert. Stokoude mensen groeten ons en blijken klasgenoten te zijn. Zijn wij ook zo oud? Er loopt een mompelende zwerver voorbij. Hij heeft een lange grijze baard, oranje sokken in felgroene sandalen en een te grote rode jas aan. ‘Iets voor jou?’ zeg ik tegen Terrie, die zelf ook altijd ‘kleurrijk’ gekleed is. ‘Ssssst’ zegt ze ‘het is Huub!’ We duiken onder de tafel. Ik heb ooit een dingetje met Huub gehad en Terrie geeft toe destijds ook verliefd op hem te zijn geweest. Wat kun je ineens toch blij zijn met je huidige partner.

We moeten praten

In het kader van het nader tot elkaar komen, gaan we door het bos wandelen. En praten. Iets waarin ik met de jaren die vorderen alleen maar slechter word. Vooral als ik aan de ander duidelijk merk dat ik tekortschiet. ‘Wil je nog iets kwijt, is er nog iets waar we het over moeten hebben?’ vraagt Terrie. Terrie kan niet tegen kritiek en ik heb geen zin in dat soort woorden. ‘Nee hoor zeg ik, jij?’ ‘Niet echt’ zegt ze. ‘Behalve dat je gevoeliger had mogen reageren op de poes’. De poes is doodgegaan, poezen gaan dood. Het is geen onwil maar ik kan daar inderdaad moeilijk in meeleven en dat is voor haar net zo moeilijk te begrijpen als haar verdriet voor mij. Op de goede afloop van dit diepzinnige gesprek drinken we een glas witte wijn. Je moet doen waar je goed in bent zeg ik altijd maar. In datzelfde kader verkassen we naar de kroeg, waar ik vroeger al mijn weekenden doorbracht. Als we aankomen lopen horen we iemand roepen; ‘Kijk nou de zusjes zijn terug’. Het wordt een memorabele avond – met bitterballen – die helemaal nergens over gaat. En dat is toch zoals ik ze het liefst heb.