‘Meiden en jongens op de fiets
De laatste schooldag of zoiets
Kunnen de wereld aan
Kijken niet verder dan vandaag’
Een stukje tekst uit ons lied ‘De zonnige kant van de straat’, wat weer een titel is die we leenden van het Engelstalige lied ‘The sunny side of the street’. Over het vermogen om de dingen van de positieve kant te bekijken. Naarmate we ouder worden, kan dat weleens zomaar moeilijk zijn. Als we veel aan onze kop hebben: werk dat zich opstapelt, dingen die gemaakt of bedacht moeten worden, ideeën die moeten worden uitgewerkt, vergaderingen, deadlines en geen einde in zicht. Vooral dát: Geen eind in zicht. Geen licht aan het eind van de tunnel. Dan kan het ondertussen gewoon goed gaan met de zaken. Té goed misschien wel. Als het echt extreem wordt ligt een burn-out op de loer. Ik ben nog altijd van mening dat mij dat nooit gaat overkomen maar ik weet nu wel hoe het komt dat mensen het krijgen. Ach, ik ben gewoon toe aan vakantie.
In zo’n te drukke, onoverzichtelijke periode denk ik vaak terug aan mijn schooltijd. Dat gevoel van die laatste schooldag. Een week of zes, zeven vakantie en helemaal niks maar dan ook NIKS aan m’n hoofd. Wat moest er dan ná die vakantie gebeuren? Geen haar op m’n hoofd die erover nadacht. Dat is een geestelijke toestand die nooit meer bereikt kan worden. Tenminste… óf ik moet zen-boeddhist worden maar dat zit niet in de planning. Het enige wat mij wel enigszins terug brengt bij dat gevoel is het feit dat ik dat nu dus zie gebeuren bij mijn zoon James. Ik breng hem dagelijks naar school en ga dan altijd bewust even mee het lokaal in – ondanks dat hij dat al niet meer zo stoer vindt – om even een minuut of drie de sfeer te proeven van die jongens en meisjes met elkaar in de klas en het opstarten van zo’n schooldag. Het is dezelfde school waar ik vroeger ook op heb gezeten. Hetzelfde klaslokaal waar ik ook als klein jongetje 43 jaar geleden zat. Ik weet nog precies op welke plek. Zo probeer ik af en toe een stukje van m’n eigen verleden te voelen als ik daar ben. En eerlijk gezegd is dat niet eens zo moeilijk want er is eigenlijk best weinig veranderd in het oude gedeelte van Volendam waar de Jozefschool staat. En in de school zelf. Er is nooit een vechtpartij of iets dergelijks. Laat staan een steekpartij. Er is geen criminaliteit of straattuig dat de boel in de buurt verziekt. Er zijn geen pesterijen. Geen extreme armoede. Er zijn natuurlijk wel ondertussen veel meer kinderen van ouders die niet in Volendam geboren zijn maar van buitenaf bij ons zijn komen wonen. Dat heeft nooit een probleem opgeleverd maar maakt het alleen maar leuker. Geen half-gare ouders op het schoolplein zoals in ‘De Luizenmoeder’ en er wordt bovendien door de leerkrachten nooit iets bij de kinderen aan het verstand gepeuterd waar wij het als ouders niet mee eens zijn. Integendeel: De actiegroep ‘Grôsk òp ûîs Vòlledams’ `(Trots op ons Volendams) waar ik zelf in principe ook deel van uitmaak, heeft op de Jozefschool voor een doorbraak gezorgd. De actiegroep is niet meer dan een enthousiaste groep mensen die zich inzet voor het behoud en het gebruik van het unieke dialect van Volendam. Ons doel is om de rijke taalkundige tradities van ons dorp te behouden en door te geven aan toekomstige generaties. Bij mij thuis is het Volendams dialect op een natuurlijke manier overgegaan op mijn kinderen. Ze praten zo plat Volendams als het maar kan. Maar bij de rest van Volendam is daar ergens in de afgelopen 30 jaar iets misgegaan en zijn jonge ouders gestopt met Volendams praten tegen de kleine kindertjes. Zonder zich te realiseren dat júist op die manier het dialect op den duur zal uitsterven. Twee jaar geleden zijn we begonnen met een groep fanatiekelingen, met artikelen in de lokale krant en op social media en met bijeenkomsten in lokale vergaderzalen om de discussie aan te wakkeren en dorpsgenoten erop te wijzen dat ons dialect het belangrijkste aspect van onze cultuur en onze geschiedenis is en daarom nooit mag verdwijnen. En verdomd… het werkt. Er is een Volendams woordenboek in de maak waarin we de spelling definitief zwart-op-wit vastleggen. Er zijn restaurants die op de menukaart naast Nederlands en Engels ook de Volendamse namen van de gerechten laten zien. Er zijn placemats met een Volendammer versie van het bekende ‘aap-noot-mies’ erop en wat het belangrijkste is: Steeds meer jonge ouders beginnen weer Volendams te praten tegen hun pasgeboren kinderen. Zo heeft onze dochter Lina op de crèche eindelijk af en toe weer een ouderwets gesprek in het Volendams met een klasgenootje van drie. Ik moet eerlijk zeggen dat ikzelf, door tijdgebrek het laatste jaar verstek heb laten gaan bij de actiegroep maar die waren zo lekker bezig dat ze mij konden missen. Des te mooier vond ik de verrassing dat ze het voor mekaar kregen dat De Jozefschool de maand juni omdoopte tot de ‘Volendammer Maand’. De hele maand stond voor alle klassen in het teken van de Volendammer cultuur. Ze gingen samen naar het museum, naar de botterwerf waar de oude boten worden gerestaureerd waar onze voorouders 100 jaren geleden op vaarden. Naar het oudste huisje van Volendam waar ze een inboedel van 100 geleden konden bekijken. Ze leerden over de traditionele klederdracht en als klap op de vuurpijl leerden ze met z’n allen het lied ‘We binne Volledams’. Een liedje dat wij een paar jaar geleden hebben geschreven voor de kermis. Met een tekst waarin de vele cultuurverschijnselen worden benoemd en waar het chauvinisme vooral vanaf druipt. Op de laatste dag van die Volendam-maand verzamelden alle leerlingen van de school zich op het schoolplein en kwamen wij, de 3JS, langs om samen met al die kinderen dat lied te zingen. Ten overstaan van tientallen ouders langs de rand van het plein. Iedereen zong mee zo goed als ‘ie kon, behalve James. Voor hem is het dialect de gewoonste zaak van de wereld. Hij stond stiekem een beetje met een schuin oog naar z’n pa te kijken, de schrijver van het lied, met een Volendammer pak aan. Ik kon merken dat ‘ie trots was. ‘Groosk’. En de zon scheen uitbundig aan onze kant van de straat. Dat moment was één van de hoogtepunten van mijn jaar, nu al.
Fijne vakantie allemaal.