100%NL Magazine Jan Dulles column

Jan Dulles: ‘De manier waarop hij de dingen vertelde en op een grappige manier overdreef…was onvergetelijk’

De zanger van de 3JS geeft als columnist van 100%NL Magazine zijn visie op het leven. Een jaar geleden kwam de vader van Jan Dulles te overlijden. Alweer een jaar moet Jan Dulles zijn held missen. Deze keer schrijft Jan een ode aan zijn vader.

Ode aan m’n vader

‘Je vader is je neef’… was één van de typische uitspraken van mijn vader, die nog dagelijks de revue passeren. Alhoewel dit nou nét een gezegde was waar ik het liever niet mee eens ben. Het was een uitspraak die hij op zijn beurt weer van zijn eigen vader had overgenomen en deze sloeg op de relatie die een zoon doorgaans heeft met z’n vader. Je moeder is je álles… en je vader is uiteindelijk niet belangrijker dan een neef. Ik maak mezelf wijs dat het te maken had met de tijd waarin ze toen leefden, met de economische toestand, vaders die dag en nacht werkten om een gezin van minstens vijf kinderen te onderhouden en daarom nooit thuis waren om die kinderen te zien opgroeien. Al gebeurt dat natuurlijk tegenwoordig nog steeds. De gezinnen van nu hebben weliswaar geen vijf kinderen meer maar de kosten zijn zó veel hoger dat vader het met één loon niet meer redt, dus werkt moeder ook. Dus wellicht dat er later vrouwen zullen zijn die zeggen: ‘Je moeder is je nicht.’

Het was deze week een jaar geleden dat mijn vader overleed. In tegenstelling tot de pijn die we nog altijd hebben bij de herinnering aan onze overleden dochter Donna, was het overlijden van mijn vader als een verlichting. Na een Alzheimer-lijdensweg van meer dan tien jaar was ‘ie compleet uitgeteerd. Een hoopje ellende. Het was niet meer om aan te zien zoals ie daar voor zich uit zat te staren, in het verzorgingstehuis in Hoorn. Hij kon geen woord meer uitbrengen. En dat voor een man die bekend stond om zijn grote geluid en zijn immer scherpe, humoristische uitspraken. Een beer van een vent. Geveld.

Tijdens zijn uitvaartdienst heb ik geprobeerd om hem nog één keer tot leven te wekken door een imitatie van hem te doen. We speelden tijdens die dienst een paar liedjes die hij mooi had gevonden. Niet dat hij ze echt zelf uit heeft gekozen, want zó’n grote muziekliefhebber was hij nou ook weer niet. De muzikale bagage die ik heb, heb ik dan ook niet van hem meegekregen. M’n vader gaf weleens een uithaal met dat grote geluid van ‘m maar hij kon geen twee Engelse woorden achter elkaar onthouden… dus dan schoten wij allemaal meteen in de lach.
-‘Wat lachen jullie nou. Varrekens!?’.. zei hij dan.. ‘Weet je wel dat ik vroeger in het sanatorium in mn eentje hele nachtmissen stond te zingen?’… dan ging hij steevast vertellen over de maanden dat ‘ie als klein jongetje in het sanatorium had gelegen. Dat moet ergens in 1950 zijn geweest. Hij was een jaar of zeven en hij had tbc en kinderen moesten toen in quarantaine in het sanatorium ergens in het zuiden van het land. Maandenlang. Langer dan een jaar. Die tijd heeft veel indruk op ‘m gemaakt. Je kunt het je ook niet voorstellen. Een jongetje van zeven. Zijn moeder die hem wekelijks wilde bezoeken terwijl ze daar nauwelijks geld en mogelijkheid voor had. Dat was een wereldreis in die tijd. Hij had in het sanatorium ook nog meegedaan met een tekenwedstrijd, had ik begrepen. Een landelijke tekenwedstrijd onder de lagere scholen. Hij had een schip getekend. Het schip van Michiel de Ruyter. Hij won daarmee de eerste prijs. Hij kon wel echt mooi tekenen en schrijven…. eerlijk is eerlijk. Het was een talent waar ‘ie verder niks mee gedaan heeft. Daar was geen tijd voor vroeger…  maar of dat verhaal van die nachtmis helemaal waar was… dat zullen we nooit weten. Het waren zeker niet meerdere nachtmissen want hij heeft maar 1 kerst meegemaakt daar. En ik vermoed dat ie misschien 1 liedje mocht zingen maar zeker niet de hele nachtmis. De manier waarop hij de dingen vertelde en daarbij alles op een grappige manier overdreef… was onvergetelijk. Dat was z’n specialiteit.

Mijn moeder had de week voor zijn overlijden een liedje gehoord op de televisie in het programma ‘Matthijs gaat door’. Het was Dinand Woesthoff die een cover zong van ‘Blue Bayou’ en dat vond ze zo mooi dat ze dat graag wilde horen tijdens de uitvaartdienst. Mijn vader hield ook van die muziek ‘uit zijn tijd’ en ik stelde mij voor dat hij, als hij het had gezien, ook nog het nodige te zeggen had gehad over het nieuwe programma van Matthijs. Hij ergerde zich altijd aan allerlei mensen op de tv. Ik heb daar ook last van maar het verschil tussen mij en mijn vader is dat ik de tv dan uitzet. Mijn vader bleef expres kijken omdat ‘ie een soort energie kreeg van die ergernis. Een agressie waar hij op kickte. Hij kon dan zó lekker tekeer gaan. Dan zie ik hem zo weer zitten in z’n stoel voor de tv. Ik links van ‘m op de bank en m’n moeder rechts achter ‘m in de keuken.
Jan heb jij zaterdagavond hém ook nog gezien…. hoe heet ie ook alweer? MARIETJEEE….’
Als ie wat niet wist riep ie m’n moeder uit de keuken.
‘Hou maar op vader want ik heb het tóch niet zien’.
Nee natuurlijk heb jij het niet gezien…. Jij leest óók geen kranten…. Maar wat doe JIJ nou eigenlijk op zaterdagavond?
Optreden vader…. wat dacht je daarvan?
WAT?
Hij was ook behoorlijk doof. Dus we moesten alles twee keer tegen ‘m zeggen. En daar had ik dan vaak geen zin in dus dan herhaalde mijn moeder dat voor mij op dubbel volume: ‘JAN MOEST OPTREDEN DULLES’
Nee ik heb het niet gezien vader … maar wat was dat dan?
Dan nam ‘ie eerst een grote ademteug voordat hij van wal stak….
Zaterdagavond was die lange jongen op de televisie …. Ik kan niet op zn naam komen…. MARIETJE…. hoe heette die jongen nou ook alweer van afgelopen zaterdag? Die Hagenees.. Die lange slingeraap. Hij is te láng. Hij weet niet wat ‘ie met z’n lijf aan moet. Hij loopt te slingeren met z’n benen….
M’n moeder komt uit de keuken lopen: “DAT WAS DINAND DULLES… Dinand heet die jongen. Zon knáppe jongen vind ik dat”.
-‘KNAP?? Hoe kom je dáár bij? Zij zegt ook helemaal zomaar wat de laatste tijd. Hij is zo gek als een bos uien zag je dat niet dan? Maar hij zong wél een mooi nummer. Het is sowieso een mooi programma trouwens. Van hém…. hoe heet ie ook alweer Marie?’
– ‘Matthijs van Nieuwkerk Dulles… .MATTHIJS…’
– Ja… precies… Die heeft weer een mooi programma…
Dan nam ‘ie weer even een zijstraat met z’n verhaal…
-‘Die jongen dat is een goeie jongen.. dat kun je zien. Die is TE goed. Dat is óók niet goed. Die heeft het goed bekeken dat ‘ie gestopt is met dat vorige programma want dat zou onherroepelijk zijn dood zijn geworden. Hij ging er iedere week slechter uit zien. Marie heb ik gelijk of niet? Ik keek er niet meer naar. Kon er niet meer tegen. Die jongen had iedere avond een zootje tuig aan de tafel ….maar hij was te vriendelijk want ik had ze zo van de tafel af geslagen. Dan zou ik zeggen: GA JE WEG OF NIET!?…Wat denk je van die Ali B te maken… met die grote smoel de hele tijd overal mee bemoeien. Die had ‘ie al lang een schop voor ze kloten geven moeten.”
-‘Ali B. was tafelheer in dat programma vader… het was de bedóeling dat die zich overal mee bemoeide’.
-‘Niks mee te maken.…ik mag ‘m niet’.
-Maar wat voor liedje heb je nou eigenlijk gezien in dat programma wat zo mooi was vader?
ademteug
Hij zong een oud nummer. Maar nou weet ik niet meer hoe het heet. Dat nummer daar ben ik vroeger ongeveer 500 keer dronken op geweest in de kroeg. Dat is van die zanger met die zwarte zonnebril op.
– ‘ROY ORBISON DULLES… DAT NUMMER WAS ‘BLUE BAYOU’.
‘JA…..PRECIES… dat nummer moeten jullie ook gaan opnemen. Dan komen jullie onherroepelijk op 1 in Amerika.’
– Ja hoor vader…. Wij gaan wel even een erg oud Engelstalig liedje opnemen en dan komen wij wel even op nummer 1…in Amerika óók nog eens.
– ‘Nee je moet niet naar mij luisteren…  Jullie moeten lekker overal voor niks blijven spelen, dan blijf ik wel tot mn dood aan toe in m’n viskar staan voor jou…..VARREKEN. Dan spelen jullie dat nummer maar op m’n begrafenis.’

We waren erbij toen hij vorig jaar overleed op 1 februari. In zijn bed in het verzorgingstehuis. Liggend op z’n zij. Zijn lichaam bleef nog een uur lang warmbloedig zoals ‘ie altijd was geweest. Toen we hem op zijn rug lagen zagen we letterlijk hoe er een gelukzalige gloed over zijn gezicht kwam, met de kenmerkende grijns die we zo goed kenden uit zijn goeie dagen. Zo lag hij later in de kist en zo is hij de grond in gegaan achter de oude kerk. Voor ons. Als onze eigen Jezus Christus. Onze Michiel de Ruyter. Zijn gezegdes onze bijbel. Zijn logboek en zijn kompas in onze koffer. Dankzij hem komen wij er wel.

De vorige columns van Jan Dulles lees je hier.

Al 4 miljoen Nederlanders hebben een hersenaandoening. Dit worden er alleen maar meer. Dat moet stoppen. Daarom zet de Hersenstichting alles op alles voor gezonde hersenen voor iedereen. Dat is ons doel. En daarvoor hebben wij jou hard nodig!

Help mee met tijd of een bijdrage. Dat kan hier. Dankjewel!