Perstrip
Janny van der Heijden werkte jarenlang als hoofdredacteur van een culinair tijdschrift en in de tijd dat zij dat deed, ging zij op persreis naar Jordanië. Deze reis had helaas iets verschrikkelijks in petto voor Janny, want zij werd om onduidelijke redenen opgenomen op de intensive care en beleefde daar een ‘klassieke doodervaring’. Dit vertelde zij in de podcast van Claudia de Breij.
‘Ik kon niet meer lopen’
Janny legt uit dat het 10 maanden heeft geduurd om weer terug te komen bij wie ze was. ‘Ik kon niet meer lopen, ik kon eigenlijk bijna niks meer’, zegt zij. Na deze gebeurtenis en het herstel ging Janny nadenken over wat zij belangrijk vond in het leven en daar paste haar werk niet meer bij. Janny besloot daarmee te stoppen en maakte toen de overstap naar televisie.
Intensive care
Over de heftige situatie in het ziekenhuis zegt Janny het volgende: ‘Mijn hele systeem had het in het ziekenhuis ineens opgegeven en ik weet nog dat ik zei, waarom weet ik ook niet, maar ik zei tegen verpleging ’s nachts: ‘Mijn bloeddruk valt weg’, waarom ik dat zei weet ik nog steeds niet.’ Binnen no-time stonden er verpleegkundigen rond Janny’s bed en toen werd zij snel naar de intensive care gebracht. ‘Ik kreeg allemaal slangen en weet ik veel wat, er kwamen allemaal artsen bij en op een gegeven moment… ik weet dat ik op dat moment mezelf zag’, zegt zij.
‘We raken haar kwijt’
Janny vertelt dat zij de artsen hoorden praten: ‘We raken haar kwijt, we raken haar kwijt, we raken haar kwijt’. In tegendeel tot hoe zij zich daarvoor voelde, voelde Janny zich nu juist heel rustig. ‘Ik had daarvoor enorme pijn en druk op mijn borst en ik weet dat ik naar mezelf keek en dat ik uit dat bed hing en dat ze met allemaal slangen met me bezig waren en toen zei iemand de magische woorden ‘Weet iemand of ze altijd scheel kijkt?’, en ik dacht: ik, scheel?’ Precies op dat moment kwam Janny terug in haar lijf en voelde ze de pijn weer.
Spare time
Vanaf het moment dat dit alles heeft plaatsgevonden, heeft Janny het gevoel dat ze op ‘spare time’ leeft en daarom doet zij alleen nog dingen waar zij gelukkig van wordt. Janny gelooft nu in iets tussen hemel en aarde, maar zij kan niet precies plaatsen wat dat dan is. ‘Als ik dan toch er nog ben, dan moet ik er wel wat mee doen.’, is de conclusie die zij trok en bang voor de dood is Janny ook niet meer. ‘Omdat ik weet: die overgang is zo rustig, mooi.’